Achtergronden
Er is al veel onderzoek gedaan naar de archeologische resten van Dorestad. Maar we kunnen het houtonderzoek nog sterk verbeteren. Bij de eerste opgravingen van deze vindplaats gooide men namelijk veel hout weg, omdat dit hout onbruikbaar zou zijn voor dendrochronologie. Deze houding is heel begrijpelijk. In de jaren ’70 van de vorige eeuw werd in Nederland nog geen jaarringonderzoek gedaan. Er waren dus nog geen Nederlandse referentiekalenders ontwikkeld en in Nederland gegroeid hout was op dat moment eenvoudigweg niet dateerbaar. Voor zover hout uit Dorestad (duigen van waterputten) wel dendrochronologisch werd onderzocht, gebeurde dit aan buitenlandse instellingen. Maar dit onderzochte materiaal is niet behouden en de dendrochronologische gegevens zijn vanuit Nederland ontoegankelijk. Daarmee is het onmogelijk geworden deze oudere gegevens te koppelen aan recenter onderzoek van hout uit Dorestad, door Stichting RING en studenten van de Universiteit Utrecht (2009-2011).
In project ‘Wood use in the Early Middle Ages’ inventariseren we welke houtresten uit de oudere opgravingen nog bewaard zijn en geschikt zijn voor dendrochronologie. Voor zover mogelijk vragen we bij buitenlandse instellingen oude materialen, meetreeksen en bijbehorende documentatie op. De resultaten van de inventarisatie verschijnen in een rapport. In samenspraak met deelnemers van NWO Odysseeproject Vicus Famosus doen we dendrochronologisch onderzoek van een selecte van het nog bewaarde hout. De dendrochronologische gegevens (ouderdom en herkomst) worden geanalyseerd in samenhang met dendrochronologische gegevens uit andere Vroegmiddeleeuwse vindplaatsen. De resultaten verschijnen op websites, in een publieksboek en in een wetenschappelijk artikel.
Alle gegevens worden beschikbaar gesteld aan het e-depot voor dendrochronologie, het DCCD.